Reconstructie van de Noormolenplaats, zoals het er uit moet hebben gezien voordat de molen werd afgebroken in 1884.

Olieverf, Jongkind, 1890, particuliere collectie

In de tijd dat Jongkind hier langs de trekvaarten liep, stonden er meerdere molens in de Zouteveense Polder. Afgaande op de titel, en op de overeenkomst met het landschap en de molenplaats, is op dit schilderij waarschijnlijk de Noordmolen te zien. De molen, die diende om de polders droog te pompen, werd rond 1832 gebouwd, of misschien al eerder, maar zeker is dat hij is afgebroken in 1884. In 1883 kreeg de Zouteveenschepolder namelijk een stoomgemaal, pal naast de Schouwmolen terwijl de fundering van de afgebroken molen het huis voor de machinist kwam te staan. Na de bouw van dit gemaal werden ook de beide andere molens De Noordmolen en de Middelmolen afgebroken. 

 

De schets moet Jongkind dus voor die tijd al hebben gemaakt en pas jaren later, in 1890, uitgewerkt tot een olieverfschilderij. Wat opvalt is de wollige toets. Daarnaast is weer de trekschuit te zien, die hij op vele schilderijen en etsen toont. De trekschuit was in zijn tijd een snelle wijze van vervoer tussen de steden in het waterrijke Nederland en had in de gouden eeuw een sterke impuls aan de economische en sociale ontwikkelingen gegeven. Tijdens Jongkind zijn leven werden de stoomtrein en stoomboten geïntroduceerd. Ook deze nieuwe ontwikkelingen kregen een plek in zijn schilderijen en deze onderwerpen, de vernieuwing is ook een thema geworden die hoorden bij de impressionisten. 

 

Een paar maanden na het maken van dit schilderij, op 9 februari 1891 stierf Jongkind in La Côte Saint-André, waar hij ook begraven werd. Bij zijn dood stonden er drie schilderijen op de ezels, waarvan een met een Hollands onderwerp...