DE VISBANK

Foto P.D. de Vries, augustus 1936. Collectie Stadsarchief Vlaardingen (T-612/139).

Inner van accijnzen en bestelmeesters

WILLEM VAN WARMELO

In 1815 werd bepaald dat alle schuiten in Vlaardingen vanaf de Waal moesten vertrekken. Door het betalen van leg- en losgeld konden schippers gratis gebruik maken van de houten Stadskraan die aan het einde van de trekvaartroute lag.

De stadsbediendes waren speciaal aangesteld om goederen te vervoeren. Waagwerkers (boter, kaas), kraankinderen (zeep, wijn), bierwerkers (bier) en zakkendragers (granen, meel, steenkolen). Wanneer de schuiten aankwamen met de goederen waren zij de enige die de goederen mochten lossen. Als een schuit aankwam werd de hoofdman geïnformeerd door het luiden van de bel van de Visbank. Er werd dan gekeken naar de goederen en welke stadsbediendes hier dan moesten helpen. Aan de hoeveelheid van de goederen werd ook bepaald hoeveel stadsbediendes moesten komen. In 1815 werd een commissaris van bestelmeesters (commis notaire) ingesteld, hij moest de stadskeuren naleven.

Willem van Warmelo was een bekend Vlaardings ondernemer. Hij begon zijn loopbaan net als vader Gerrit Adrianus Jongkind bij de belastingdienst, maar dan in een lagere functie, als 'commis notaire'.

 

Ook hij huurde aan het begin van zijn loopbaan een deel van een woning en wel bij Notaris  Pieter Verkade, waar hij voor werkte.

 

Een commis verdiende minder dan de functie van vader Gerrit Jongkind, Ontvanger In- & Uitgaande Regten & Accijnsen, maar Willem van Warmelo was ouder en was al jaren aan het ondernemen. Zo kocht hij ook zijn eigen panden en had zelf huurders, zoals het gezin Jongkind toen zij in Vlaardingen arriveerden.

Hoe lang de Jongkinds hier exact gewoond hebben weten we niet. Er werden in 1800 af en toe volkstellingen gehouden. Ze gingen dan alle huizen langs om te vragen wie er woonden. 

WESTHAVENKADE 59

Tijdens de volkstelling in 1830 wonen de Jongkinds in dit pand. In die tijd heette deze straat de Nieuwe Hoofdkade 18, maar tegenwoordig is dit Westhavenkade 59. Het pand is nu nog te herkennen.  Johan Barthold Jongkind is dan 10 jaar. Wat we kunnen lezen uit de volkstelling is dat ze hier wonen met het gezin bestaande uit:

 

vader en moeder, Broer Johannes (Jan),  zus Magdalena (Leentje), Jacobus (Koos, Koo), Louwerens (Laurens) Cristiaan, Johan Barthold zelf en broertje Willem en zusje Johanna Elizabeth, nicht Maria, een dienstbode uit Maassluis en aanstaande schoonzoon dominee J. Smeltzer, een goede vriend van broer Laurens Jongkind.

Broer, zus en de dominee

In die tijd was het gewoon om na de basisschool te gaan werken, vanaf rond de leeftijd van 15 jaar. Alleen de gegoede burgerij kon een vervolgopleiding betalen en vaak niet eens voor alle kinderen.

 

Broer Laurens had geluk en mocht naar de Latijnse school in Schiedam, zo'n 4,5 kilometer lopen van huis.  In de jaren 1820 – 1830 zijn de schooltijden van ’s morgens 9 tot 12 uur en van ’s middags 2 tot 5 uur, of 4 uur in de wintermaanden met woensdag- en zaterdagmiddag vrij, en uiteraard zondag. De school was gevestigd aan ‘het Oude Kerkhof’ nabij de Grote Kerk in Schiedam en had maar weinig leerlingen (8 in 1837).

Laurens Cristiaan Jongkind is in een storm gewond geraakt en na een ziekbed van 6 weken overleden, op 1 juli 1829. Zijn net afgestudeerde vriend J. Smeltzer heeft voor tijdens de begrafenis van Laurens een mooi, dragend gedicht geschreven waaruit zijn pijn en vriendschap blijkt. Het boekje met het gedicht is goed bewaard gebleven in het stadsarchief van Vlaardingen.

Vader Gerrit Adrianus schrijft in zijn trouwbrief dat zijn zoon is begraven op het kerkhof in een nieuw graf van de Heer van Büüren van Heijst, een vriendelijk gebaard van de eigenaar van de woning waar zij op dat moment waarschijnlijk al wonen.

 J. Schmeltzer trouwt met Jondkinds zus Leentje op 2 februari 1830 met Magdalena Geertruij (Leentje) en wordt dominee in Klaaswaal. Voor die tijd heeft hij blijkbaar ingewoond bij de familie in Vlaardingen.